Laat ik beginnen met het enige pluspunt en de reden dat ik De libi überhaupt wilde zien: Daniël Kolf. Hij won in 2015 de Theo d’Or voor zijn rol in toneelstuk De dood van Benny Simons en verscheen vier jaar later in De libi. Het stuk heb ik nooit gezien, de film wel en daarin is hij met gemak de beste van de drie hoofdrolspelers. Dat hij de Theo d’Or verdiend heeft geloof ik zo.
De libi zelf maakt de score al zwakker. Zeg twee punten aftrek. Dan kom je op drie van de vijf sterren, ook bekend als de uitgekauwde dooddoener “de moeite waard”. Laf oordeel, ik weet het, maar de film is te goed voor een onvoldoende en te mager voor een mooi cijfer. Lekkere stijl, weinig inhoud, en na de aftiteling weer vergeten.
Oussama Ahammoud snoept er nog eens een half sterretje af. Onpeilbaar figuur die zich wel erg aan de oppervlakte houdt. Beetje dweilerige uitstraling. Dan vond ik hem toch beter in Mocro Maffia.
Het weinig resterende enthousiasme verdwijnt als Bilal Wahib zijn muil opentrekt. Een zich zwaar overschreeuwende etterbak met veel te veel clowneske energie. Ik blijf hopen dat hij onderuit gaat, helaas wordt hem een mooie toekomst voorspelt.
Eindstand: met dank aan Kolf een krappe zes.