Indiana Jones and the Dial of Destiny

Vooruit. Nog één aller-, aller-, allerlaatste keer wilde Harrison Ford wel in de huid van Indiana Jones kruipen. Het meest recente avontuur van de archeoloog, Indiana Jones and the Kingdom of the Crystal Skull, was op zijn best matig. Indiana Jones and the Dial of Destiny is niet veel beter. Indiana is oud. Heel erg oud. Hij is met pensioen en zit het liefst in zijn comfortabele leunstoel. Geen nieuwe avonturen meer voor deze stramme en verlopen archeoloog, die kreunt en klaagt over de vele klappen die zijn lijf in de afgelopen jaren heeft opgevangen.

De rust is van korte duur. Er is gedoe over een tijdsreisklok, ooit uitgevonden door Archimedes. Ik heb werkelijk geen idee wat het voor apparaatje is en het kan mij verder ook erg weinig schelen. Ik bedoel, Indiana noemt het oude troep. Nee, dat is pas een goeie manier om de plotmotor te introduceren.

Aan de andere kant, Indiana zal toch uit die leunstoel moeten komen. En de makers hebben nu eenmaal gekozen voor die magische klok. Dus komt Indiana met een diepe zucht overeind, veegt het stof van zijn iconische hoed en zweep en gaat op reis.

Mijn verwachtingen waren al niet hoog, maar ik hoopte dat Indiana Jones and the Dial of Destiny toch nog iets van een levensteken zou geven. Het duurt echter bijna een uur voor het allemaal lekker op gang komt. En zo opwindend is het niet.

Ja, Ford kan ook op zijn tachtigste sterk spel leveren en is nog altijd de meester van sarcastische humor, de actieheldenstatus is hij al erg lang voorbij. De groene schermen en digitaal strak getrokken kop van de “jonge” Indiana geven de film een artificieel uiterlijk.

Indiana Jones and the Dial of Destiny is een schim van wat deze filmreeks ooit was. Ik hoop dat de beroemde archeoloog nu voorgoed met rust wordt gelaten. Laat hem, in godsnaam, genieten van een welverdiend pensioen. Want nog een keer op pad kan hij echt niet aan.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.