Vraag: is het fraai gefilmde The Merchant of Venice, naar het toneelstuk van William Shakespeare, antisemitisch?
Antwoord nummer één: nou en of. Shylock is de verpersoonlijking van de gierige Jood. Hij wordt bespuugd, bespot en behandeld als een hond en moet in de avonduren verplicht naar het Getto, het stukje stad waar de maatschappij hem heeft weggestopt met zijn mede-Joden. In de rechtbankscène wordt hij op de knieën gedwongen en moet hij het Christendom omarmen om zo een kwader lot te vermijden. Shakespeare geeft Shylock één vurige monoloog waarmee hij zich even mag verdedigen. Verder heeft de bard nauwelijks moeite gedaan dit personage reliëf te geven. Het verhaal ademt racisme.
Antwoord nummer twee: nou, niet per se. The Merchant of Venice speelt zich af in de jaren vijftienhonderd, toen Getto’s voor de Joden heel normaal waren. Shakespeare wilde gewoon recht doen aan die tijdsperiode. Shylock verdedigt zich bovendien met een vurige monoloog waarmee hij de Christenen terecht beschuldigd van hypocrisie. En de film heeft nog zoveel meer moois te bieden dan alleen Shylocks nederlaag. Smeuïge affaires, seksuele spanningen, lichtvoetige komedie en het ijzersterke spel van Jeremy Irons, Al Pacino en Joseph Fiennes.
Mijn conclusie: The Merchant of Venice laat op zijn minst een wrange smaak achter. Dat is wat ik erover te zeggen heb.
De Filmjunk spreekt:
Een gedachte over “The Merchant of Venice”