The Life of Chuck, naar een verhaal van Stephen King, wordt gepresenteerd als “feelgoodfilm”. Bijzonder. King heeft echt wel meer geschreven dan bloederige horrors (Stand By Me, The Shawshank Redemption, The Green Mile) het blijft een beetje vreemd als zijn naam is verbonden aan een “blije” film. Het eerste hoofdstuk van The Life of Chuck levert ook niet echt een geluksgevoel op. Integendeel. De wereld gaat ten onder en overal duiken felicitaties op voor ene Charles Krantz. De onopvallende accountant gaat na negenendertig trouwe dienstjaren met pensioen en wordt bedankt voor alles wat hij heeft gedaan. Dat niemand hem kent is totaal onbelangrijk.
Vanaf het tweede hoofdstuk maakt de surrealistische sciencefiction plaats voor aards drama en wordt de mist van het magisch-realisme weggeblazen. Dat is wanneer de “feelgood” begint. Charles ontdekt in een swingende scène nog één keer de schoonheid van het leven en accepteert de twee uitersten: het is zowel onverdraaglijk klote als hartverscheurend mooi. Ook als hij het onvermijdelijke einde heeft gezien in het derde hoofdstuk besluit hij: “I will live my life until my life runs out.”
The Life of Chuck is een aandoenlijke ode aan die belofte. Gedenk te leven. Want eens is het afgelopen.
Om die legendarische regel uit die andere King-film te citeren: “That’s goddamn right.”
Je kan mij volgen op Letterboxd en Bluesky.
The Life of Chuck op IMDb.
Een gedachte over “The Life of Chuck”