Grand Hotel Europa (Ilja Leonard Pfeijffer)

Volgens de liefhebbers is Grand Hotel Europa het magnum opus van Ilja Leonard Pfeijffer. In de roman spreekt uitgever Peter Nijssen zelfs van Pfeijffers versie van De Toverberg. In zijn uitvoerige pamflet beschrijft Pfeijffer met krullerige zinnen en een rijk vocabulaire hoe het toerisme het machtige Europa verandert in een spectaculair pretpark waar authenticiteit een verdienmodel is en geschiedenis een openluchtmuseum, bespot hij de industrie die deze vernietigende kracht in stand houdt en vertelt hij gedetailleerd over de seksuele escapades met Clio.

Het heeft wel wat, dit zogenaamde meesterwerk van Pfeijffer. Maar ik was niet eens halverwege toen ik het idee kreeg dat Grand Hotel Europa niet alleen bedoeld is om te ageren tegen het verschijnsel dat “toerisme” heet. Het is ook – en vooral – de grote Pfeijffer-show. Grand Hotel Europa is niet alleen de zucht van de man die de wereld niet meer begrijpt. Het is bovenal de schrijver die zich presenteert als de grote literator, de afgestuurde letterenzetter met veel gevoel voor dramatiek. Hij houdt van grootse gebaren, verzet zich uit alle macht tegen cliché’s en vindt het prachtig om zoveel mogelijk woordregisters open te trekken.

Ik heb daar niets op tegen heb, het etaleren van de schrijfvaardigheden. Maar bij een pil van zo’n zeshonderd pagina’s gaat dat op den duur wel een beetje vermoeien. Grand Hotel Europa is een vermakelijk boek dat soms ook de dieptes verkent, ik zou het niet zo gauw opnieuw lezen.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.