The Zone of Interest

Hedwig en Rudolf leven met hun kinderen in het paradijs. Ze wonen in een groot huis met een grote tuin, krijgen regelmatig mooie, dure spullen en hebben altijd een gevuld bord. Niets om over te klagen. Alleen jammer van die muur in hun tuin. The Zone of Interest laat mondjesmaat zien en horen wat zich achter die muur afspeelt, maar Hedwig en Rudolf zijn van alles op de hoogte. Die plek is namelijk Auschwitz, waar Rudolf werkt als kampcommandant.

Niet dat iemand zich daar echt drukt over maakt, want hé, dit is ook gewoon werk. En die Joden hebben de onfortuinlijke situatie echt aan zichzelf te danken, met hun “bolsjewistische activiteiten”.

Met die wegkijk-politiek laten de surrealistische omstandigheden zich echter niet onderdrukken. Het kan ook niet anders. De gruwelijke realiteit staat pal naast de kunstmatige idylle. Zo zie je de schoorsteen van het kamp roken en klinken de geweerschoten van executies. Om de kampgevangenen nuttig te maken worden ze naar het huis gestuurd om goederen af te leveren. Slachtvee dat de slachter bezoekt. Een tafereel zo bizar dat het grotesk wordt.

Eén scène in het bijzonder maakte indruk. Hedwig heeft een weelderige bontjas gekregen en staat zichzelf uitgebreid te bewonderen in de spiegel. Ik denk, “je wéét waar die bontjas vandaan komt. De eigenaresse is vermoedelijk al weggeblazen door de schoorsteen. Je wéét verdomme wat er aan de hand is. En toch pas je die jas alsof je in het pashokje van een warenhuis staat. Alsof het je allemaal niets kan schelen. Je weet hopelijk ook dat jouw zorgvuldig opgebouwde fantasiewereld ieder moment kan reduceren tot een zielig hoopjes as?”

The Zone of Interest laat zien hoe gewoontjes en banaal het Kwaad zich kan gedragen en hoe makkelijk wordt weggekeken van andermans misère. Alles om het eigen paradijs te beschermen. Dat is koud. En eng. Doodeng.

Je kan mij ook volgen via Letterboxd.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.