Sam Elliott (je weet wel, de naamloze verteller uit The Big Lebowski) speelt in de vermakelijk slechte campklassieker Road House de rol van uitsmijter Wade Garrett. Met zijn woeste en tegelijkertijd charmante voorkomen is Wade iemand die afstoot en aantrekt. Een zwerverachtig type met een groot hart en voorliefde voor vrouwen en drank. Elliott heeft meer (en betere) films op zijn resumé staan, toch is het deze rol waar iedereen hem van kent.
Hetzelfde geldt voor Ben Gazzara, die als dorpsdictator Brad Wesley geen tegenspraak duldt. Vloekend en schietend maakt hij de dienst uit. Zijn wil is wet. Gazzaras uitpuilende ogen en driftkikker temperament maken hem perfect voor de rol. Je hóópt gewoon dat er een heldhaftige karate-expert komt opdagen om deze tiran wat manieren te leren.
Die twee markante koppen hebben zo’n stevige presentie dat je bijna vergeet wie de echte hoofdrolspeler is: Patrick Swayze. Als stoïcijnse uitsmijter met een graad in filosofie hangt hij de romantische jongen uit, slaat het geteisem in elkaar en gaat aan de haal met Doc (Kelly Lynch, het jaar ervoor ook al te “bewonderen” in Cocktail). Dat is het wel. Er valt verder niet zo veel te melden over deze mysterieuze kerel.
Eigenlijk is Swayze een ongelukkige castingkeus geweest. Ja, hij nam de populariteit van Dirty Dancing met zich mee en ik weet absoluut zeker dat dit hielp om hordes hysterische meisjes in de bioscoopstoelen te krijgen. Konden ze lekker wegzwijmelen bij hun held. Maar mooiboy Swayze is veel te serieus en gladjes voor deze smoezelige en groteske wereld.
Had het nou gehouden op Elliott en Gazzara. Misschien geen publiekstrekkers en lang niet zo knap als Swayze, ze passen veel beter in het plaatje van Road House.