Mauk (Jan Vantoortelboom)

Mauk, de jongste roman van Jan Vantoortelboom, doet denken aan het werk van een schrijvende schilder. Een verteller die met heldere woorden een beeld verft.

Neem bijvoorbeeld de zin van pagina 20: “De nacht bestaat om het duister wakker te houden.” Het is alsof het personage in een sluimering zit en daar uiting aan probeert te geven. Het schuurt tegen de poëzie. Deze zin, waarvan de exacte betekenis in droomnevelen blijft gehuld, dwingt je voor heel even tot vertraagd lezen, om zo de schoonheid ervan te bewonderen.

Tegelijkertijd hebben de beelden van Mauk, ondanks Vantoortelbooms precisiewerk, een hinderlijk diffuus karakter. Ik wil ook graag weten wát ik nou lees. Wat Vantoortelboom heeft bedoeld met zijn opgepoetste taal.

Ik denk dat dat wazige gevoel ook wel de bedoeling was. Het gaat immers over de herinneringen van een stervende man. Fantasie en realiteit lopen door elkaar heen, de scènes volgen elkaar in rap tempo op, alles vloeit in elkaar over. Het is best knap, hoe Vantoortelboom Mauks doodsstrijd weet te beschrijven.

Maar die stijl smoort ook de emotionele lading van het verhaal. Vantoortelboom had genoeg kansen om Mauk die emotionele verdieping te geven. Om één of andere reden liet hij die kansen liggen en richtte hij zich liever weer op de stervende geest van zijn hoofdpersonage.

Mauk is absoluut een mooi literair schilderij. Maar hoe dichter ik bij de inhoud probeer te komen, hoe ongrijpbaarder het schilderij wordt. Ik had er, uiteindelijk, weinig binding mee.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.