The People Under the Stairs

The People Under the Stairs. Ofwel, een verknipte horrorthriller van Wes Craven over een naamloos psychotisch koppel met kinderen in de kelder. Kinderen die inmiddels geen kinderen meer zijn en door gebrek aan zonlicht en fatsoenlijk eten meer weghebben van uitgeteerde zombies. Eén van die kinderen, Roach, is ontsnapt uit de kelder en heeft zich verschanst in de muren. Met zijn overspannen lachje, dat overal vandaan komt, drijft hij de “vader” tot wanhoop. Het huis is door Craven ingericht als modern spookhuis. De ramen zijn vuil.

De oprit wordt afgeschermd door een ondoordringbaar hek en de griezelwoning is dankzij een beveiligingssysteem en levensgevaarlijke valstrikken kraakvrij. Als er toch indringers langs de obstakels komen, zoals Fool en Leroy, dan komt “papa” in actie. Bewapend met een jachtgeweer en gekleed in wat ik alleen kan beschrijven als een leren SM-pak schiet hij net zolang om zich heen tot het raak is. Daarna is het tijd om de kinderen hun eten te geven.

“Mama” heeft haar eigen besognes. Alice, een piepjong meisje, moet in de ogen van “moeder” puur en onbedorven blijven. Eén verkeerd woord en er volgen gruwelijke lijfstraffen. De riem bijvoorbeeld. Of een kokend heet bad. De vrouw blijft maar krijsen hoe ondankbaar Alice is, het meisje gilt het uit van de pijn.

Het zwaar verontrustende The People Under the Stairs duikt diep in de nachtmerrielogica zoals alleen Craven dat kan bedenken, en is voorzien van bizarre details. Waarom draagt die man eigenlijk dat pak als hij gaat “jagen”? Hoe lang zitten die kinderen al gevangen? Hoe zijn ze ontvoerd? Wie heeft het ingenieuze beveiligingssysteem bedacht? Craven kleedt zijn horrorthriller zo in dat als je erover nadenkt, het steeds beklemmender wordt.

Met The People Under the Stairs maakte Craven zijn naam van berucht horrorregisseur weer meer dan waar, hij wilde ook buiten het genre uitstijgen. Het koppel waar Fool en Leroy van stelen zijn blanke rijkelui, terend op de niet zo volle zakken van de arme buurt. De pandjesbazen zitten gemoedelijk voor de open haard, waar de man net afgeschoten wild zit te eten en mompelend de hagel uit zijn gebit peutert. De arme sloebers kunnen niet eens voor hun gezin zorgen.

Heel ergens in de verte doet die kritiek denken aan Candyman, met als grote verschil dat The People Under the Stairs net meer voorkeur geeft aan de horror. Dat is ook het gebied waar Craven zich het comfortabelst voelt. Met thema’s als kannibalisme, mishandeling en incest is kritiek op paranoïde pandjesbazen wellicht ook net te veel van het goede. Gelukkig doet dit verder geen afbreuk aan Cravens bizarre hersenspinsel.