X3.73
Het berghok verscheen zomaar op een dag in een willekeurig kantoorpand, met “X3.73” op zijn deur. Niemand dacht er wat van. Want, nou ja, het was een berghok. Zo spannend is dat niet. Of wel dan?
Tot er mensen verdwenen. En meer berghokken verschenen. Niet alleen in kantoorgebouwen. X3.73 werd gezien op de gekste plekken. In huizen. Bossen. Onder water. In de lucht. Fietstunnels. Kelders. Meterkasten. Het riool.
Politie en leger werden ingezet. Wereldleiders bezwoeren de plaag te stoppen. Het heeft niet geholpen. X3.73 verspreidde zich steeds verder. En bleef slachtoffers lokken.
Nu is er niemand meer. Het is stil. Berghok X3.73 is overal. Soms komt er iets uit gekropen. Wat precies, dat is voor een ander keer.
Vallen
Ik ben gesprongen en ik val en ik val en ik val en ik val en ik val en ik val en ik val. Ik ben niet levensmoe. Maar dit is niet de echte wereld. Om de illusie te breken moet je springen. Dat heb ik gelezen. Daarom ben ik gesprongen. En ik val en ik val en ik val en ik val en ik val en ik val en ik val. Steeds dezelfde muur en ramen, dezelfde gezichten die terugkijken omdat ze iemand zien vallen. Dezelfde grond die ik niet raak. En ik val en ik val en ik val en ik val en ik val en ik val en ik val.
Misschien ben ik toch dood. Zit ik nu ergens vast. Maar dat kan niet. Zo stond het niet geschreven. Je springt en je valt en je wordt wakker. Dan is de illusie stuk.
Ik val nog steeds. Ik ben gesprongen en ik val en ik val en ik val en ik val en ik val en ik val en ik val