De ruim duizend pagina’s tellende roman De Gebroeders Karamazov wordt beschouwd als het beste boek ooit. Ik besloot het monster een kans te geven. Fjodor Dostojevskis verrassend soepele pen (die wel de neiging heeft om zich te verliezen in wijdlopig meanderende stukken) zoog mij zo sterk in het verhaal dat ik de pagina’s in drie maanden heb verorberd.
Nu kan ik natuurlijk meepraten met de liefhebbers. Gewoon herhalen hoe De Gebroeders Karamazov de blauwdruk vormt van de moderne roman, het perfecte huwelijk is van een misdaadverhaal en filosofische overpeinzingen met betrekking tot religie, het Kwaad en het geweten.
Maar ik heb mijn eigen reden waarom De Gebroeders Karamazov zo’n verpletterende indruk heeft gemaakt. En dat heeft alles te maken met dit citaat: “Hij beschouwde deze rede als zijn chef d’oeuvre, als het meesterwerk van zijn hele leven, zijn zwanenzang.”
Precies dat vat voor mij De Gebroeders Karamazov samen. Het is de optelsom van Dostojevskis ideeën en levenservaringen, zijn literaire nalatenschap waarin alles samenkwam wat hij te zeggen had over de wereld – met in het bijzonder Rusland. Daarom ademt deze epische familietragiek over vadermoord grootsheid. Alsof Dostojevski heel diep in zijn eigen ziel heeft gekeken, zichzelf volledig uitwrong en vervolgens alles op papier heeft gezet.
De Gebroeders Karamazov is alles. De laatste krachtsinspanning van een schrijver die al klassiekers op zijn naam had staan (Aantekeningen uit het Ondergrondse, Misdaad en Straf) en vervolgens de ultieme punt zette.
Dat was overigens niet helemaal de bedoeling, want Dostojevski broedde nog op een vervolg. Die is er helaas nooit van gekomen. Hij overleed kort nadat zijn magnum opus was gepubliceerd.