Voor Daniël, die nooit van mijn zijde zal wijken. Ook dank aan De Gebroeders Karamazov van Fjodor Dostojevski. Geen idee of de Russische schrijver dit stukje had kunnen waarderen, zijn magnum opus bood in elk geval inspiratie.
Daniël droomt over bloed. Het zit overal. Op de muren. Het plafond. In de hoekjes. Het bloed kleeft op zijn borst, gezicht en aan zijn handen. Het is hierbij goed om op te merken dat Daniël niet bang is. Hij reageert eerder beschouwend, benieuwd naar waar het rode vocht vandaan komt.
Als hij wakker wordt proeft hij nog steeds de dikke metalige bloedsmaak. Voor de zekerheid gaat hij naar de badkamer en spuugt in de gootsteen. Zijn speeksel is helder. Hij spoelt een paar keer grondig zijn mond en kijkt daarna in de spiegel. Niets te zien verder. Helemaal schoon.
Hij gaat weer naar bed (de wekker geeft 2:00 uur aan, dus nog vier uur voor hij op moet staan) en denkt na over zijn droom. Het zal niets bijzonders wezen. Toch kan Daniël het onverklaarbare beeld niet loslaten. Ging het om onreine gedachtes? Diep weggestopte verlangens? Wat dan precies? Daniël heeft een vaag vermoeden, maar duwt dat snel weer weg.
Dan begint de adrenaline zijn werk te doen. Bevend en klappertandend staart Daniël naar de schaduwen in zijn slaapkamer, wetende dat slapen er niet meer van komt. Dat scheelt nieuwe dromen over bloed. Hij zal het niet zo snel toegeven, maar hij vindt dat best een geruststellende gedachte.