Gezien de overwegend positieve ontvangst van zowel pers als publiek zal Gerwin van der Werf ongetwijfeld doorbreken met het Boekenweekgeschenk De krater, waarin de drie pubers Eden, Johnny en Benjamin naar Duitsland reizen om een meteorietkrater te bewonderen. Ook ik had graag lovende woorden willen schrijven over de novelle die, ondanks zware onderwerpen als depressie en suïcide, gekenmerkt wordt door een vederlichte stijl die prettig wegleest. Ik moet echter bekennen dat De krater nauwelijks indruk heeft gemaakt.
Van der Werfs kleine vertelling is gewoon zo godsgruwelijk braaf geschreven, zo vreselijk voorspelbaar, met uitleggerige symboliek en personages op het randje van karikaturaal (Johnny is de ultieme bokkige puber…) dat ik na afloop mijn schouders erover ophaal.
Was dit het nou? Ging hier alle lof over? Is dit boekje nou echt in één adem genoemd met de klassiekers The Catcher in the Rye en Het gouden ei? (Echt waar, Trouw, dat zijn legitieme vergelijkingen?)
De doorbraak is van der Werf van harte gegund. Hij publiceert sinds 2010 romans en columns en heeft heel erg lang moeten wachten op publieke erkenning. Iedereen die van De krater genoten heeft (en dat zijn er volgens mij nogal wat), houden zo. Ik kan hier helaas weinig mee.