Donald Trump is niet te spreken over het op zijn leven gebaseerde The Apprentice. Een opeenstapeling van leugens, bedoeld om hem te beschadigen tijdens de Amerikaanse verkiezingscampagnes. (Gezien de uitslagen heeft die “strategie” duidelijk niet gewerkt). Heeft Trump de film überhaupt gezien? Want dan zou hij weten dat het biografische portret nog mild is.
Ali Abbasi neemt ons mee naar de jaren zeventig en tachtig, toen de zakenman en politicus in de dop nog opkeek tegen de miljonairs van de keiharde zakenwereld. Onder hoede van advocaat Roy Cohn leert hij emoties weg te slikken en vecht hij zich een weg naar de top. Hier nog geen presidentskandidaat met “dictoriale neigingen”, maar een relatief sympathieke jongeman die gradueel opvriest en langzaamaan elk beetje fatsoen verliest.
Waarom zou Trump hier zo fel op reageren? Is hij verontwaardigd dat de door hem gecreëerde mythe van onaantastbare leider wordt doorgeprikt? Kan hij die ene scène van emotionele kwetsbaarheid niet verkroppen? Schaamt hij zich voor het verleden? Volgens The Apprentice schuilt achter de muur van clowneske uitspraken en borstklopperij een mens van vlees en bloed, worstelend met zelfliefde. Komt dat te dicht bij de realiteit?
Om even advocaat van de duivel te spelen: juist daarom is dit de perfecte pr voor Trump. Maar hij zal te koppig zijn om daaraan toe te geven. Liever de zelfgekozen leugen dan de ongemakkelijke waarheid.
Mijn Letterboxd-oordeel: 4/5
The Apprentice op IMDb.
Een gedachte over “The Apprentice”