“Mag ik een visje visboer? Zonder saus, alstublieft. Ik heb mijn visje het liefst puur natuur.”
“Puur natuur? Weet je dat zeker?”
“Dat vind ik het lekkerst.”
“Ik bedoel, zonder of met saus, deze vis is echt niet puur natuur. Hij is wel in de pure natuur gevangen, opgehengeld door vaklui die dag en nacht op een bootje klaarstaan om vis te vangen, daarna is er onderweg naar mijn kraampje zoveel met de vis uitgespookt dat je zou zeggen ‘sjonge jonge jonge, is dat nou echt nodig, dat die vis dat allemaal te verduren krijgt?’
En als die vis dan eindelijk hier tussen de garnalen, kibbeling en broodjes haring (mét zuur) en zalm ligt doe ik er ook nog van alles mee, want ja, die vis moet wel goed blijven, natuurlijk, dat je niet denkt, ‘deze vis is niet van aanvaardbare kwaliteit’, want ja, dan is mijn reputatie van visboer net zoveel waard als een verloren visseizoen, kan ik hem net zo goed de zee ingooien, en ik heb juist zo hard gewerkt om te hengelen naar de best mogelijke reputatie van visboer.
Dus voor je denkt ‘ik steek een lekker puur natuur visje in mijn muil’ wil ik toch eventjes vragen, weet je dat zeker?”
“Doe dan toch maar met saus.”