Notting Hill, dat durf ik best toe te geven, is mijn snoepjesplezier. Onbeschaamd wegzwijmelen bij de onbeschaamd sprookjesachtige romance tussen Hugh Grant en Julia Roberts. Het heeft niet eens zin om de namen van hun personages te noemen, omdat ze volgens mij uitvergrote versies van zichzelf spelen. Grant als de charmante stuntel, Roberts als het meisje dat diep van binnen verlangt naar een doorsnee leven.
Oké, nu ik het zo opschrijf is het misschien alleen Grant die zichzelf speelt.
Hoe dan ook, Notting Hill is als langsgaan bij de Jamin. Even de wereldproblematiek vergeten en genieten van de suikerzoete inhoud. Je weet hoe het gaat aflopen, maar man, de smaak is onweerstaanbaar. Verslavend.
Het valt mij echter ook op dat de aandoenlijke komedie een beetje schuurt. Het suikergehalte van Notting Hill is hoog, er is ook een licht bittere bijsmaak. De paparazzi wordt getoond als een roedel hijgerige bloedhonden die alles doen voor ranzige foto’s en zogenaamd verhullende artikelen. Zulke schreeuwerige aandacht kan behoorlijk overweldigen. Zeker als je er niet aan gewend bent. Roem, zo laat de film zien, knijpt langzaamaan de ziel leeg.
Het zijn dit soort minder snoepige kwesties die Notting Hill een verrassend tijdloze kwaliteit geven. Al zorgt Roger Michell er ook voor dat de luchtigheid overheerst. Dat past ook beter bij het hyper-optimistische universum dat Richard Curtis destijds schreef. Een beetje zuur voor het volwassen karakter is prima, het moet wel behapbaar blijven. En dus is de pers op het einde ineens heel braaf en komt alles toch weer goed.
Plausibel? Absoluut niet. Garantie op een goed humeur? Zeker weten.