Drie dagen vis

Drie dagen vis. Waarom klinkt dat toch zo ontzettend oer-Hollands? Alsof de film zich nergens anders zou kunnen afspelen dan in de polder. Het koude kikkerlandje van nuchtere Nederlanders en ingehouden emoties.

Elk shot is klein. Bescheiden. Een beetje schuchter zelfs. Niet te veel gedoe, alleen het noodzakelijke. Onderhuidse spanningen van gebutste familiebanden en onuitgesproken frustraties die niet helemaal oplossen maar wel genoeg bieden voor een bevredigend slot.

En dan heeft Drie dagen vis ook van die nuchtere, volkse dialogen. Zo bromt Ton Kas (schitterend in de rol van Gerrie) de parel “je opa was geen prater, ik ben geen prater, als twee mensen niet met elkaar praten dan wordt er niet gepraat.” Punt. Klaar. Geen gezeik. Wijsheid waarover niet te discussiëren valt. Ik zou het bijna volkspoëzie kunnen noemen. Cruijffiaanse uitspraken voor op het tegeltje in de keuken. Natuurlijk heeft elke taal dit soort zwart-komisch geouwehoer, toch klinkt het ook weer zo lekker Nederlands, zo vreselijk dwars en bloed-eigenwijs.

Ik zie in Drie dagen vis de perfecte verbeelding van de oer-Hollandse geest. Van klassiekers als “doe maar normaal dan ben je gek genoeg”, koffie drinken bij de buren en haring met uitjes bij de visboer.

Soms heeft drama geen grote gebaren nodig. Prachtfilm.

Mijn Letterboxd-score: 4.5/5

Drie dagen vis op IMDb.

Je kan mij ook volgen via Bluesky.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.