Ik heb dit waanzinnige debuut van David Lynch op DVD en videoband en heb hem al een keer in het Filmmuseum gezien. Nu de documentaire David Lynch: The Art Life is uitgebracht, draait Eraserhead weer even opnieuw in de bios. Ik heb voor de zekerheid gereserveerd, dit bleek niet nodig: er zitten nog geen tien mensen in de zaal. Wat wil je, met een zwartwit film waarin nachtmerriebeelden en -geluiden de overhand hebben. Zelfs een eetscène wordt als een onsmakelijke en zwartkomische gelegenheid in beeld gebracht. “Rode draad” in het verhaal is Henry (met het meest markante kapsel uit de filmgeschiedenis) die leeft in een wereld doordrongen van een broeierige, industriële sfeer. Zijn ogen zijn gevuld met achterdocht en angst en hij balanceert op het randje van werkelijkheid en waanzin. Eén duwtje en hij stort in.
Hij beschouwt het kind als een vreemde entiteit die zijn wereld binnendringt. Hij probeert er wel voor te zorgen, tegelijk wordt hij ook een gevangene in zijn eigen woning. Hij kan niet de deur uit zonder dat het wezentje hem met jammerklanken smeekt bij hem te blijven. Zelfs als hij slaapt heeft hij geen rust en droomt van een terechtstelling waarin hij zijn hoofd verliest. Lynch gaat nog een stapje verder en laat Henrys hersenen verwerken tot potloodgummetjes. Pas als Henry letterlijk met zijn rug tegen de muur staat neemt hij het heft in eigen handen.
De scènes volgen elkaar associatief op. Zo is er dat intieme moment tussen Henry en zijn buurvrouw waarin ze naakt en zoenend in een melkwitte poel wegzakken. Tijdens het diner gaat een kip bloeden en blijkt Marys moeder ook wel een hapje te willen proeven van haar schoonzoon. Henry heeft steeds visioenen van wormachtige creaturen die verdacht veel lijken op groteske spermazoïden. En achter zijn kachel zit een vrouwtje met hamsterwangen die zingt “in heaven, everything is fine”.
WIST JE DAT
David Lynch begreep de achterliggende gedachte van zijn debuut pas echt toen hij een stukje las in de Bijbel. Hij heeft nooit gezegd welk fragment dit precies is.
Het is nog altijd een raadsel hoe de “baby” is gemaakt. Op de set kreeg het nog een bijnaam: Spike.
David Lynch/Jack Nance en Charlotte Stewart

