Site icoon ikruikversemosterd

Resident Evil: Afterlife

“My name is Alice… blahblahblah… deadly virus… blahblahblah… dead don’t stay dead.” Het is de vierde keer dat Milla Jovovich deze tekst, geschreven door lief Paul W.S. Anderson, schatplichtig opdreunt. Zo weten wij, onnozele kijkers, weer precies waar Resident Evil over gaat en kunnen wij ons overgeven aan generieke actie, een lachwekkende start en een warrig verhaaltje. 

Het is zo frustrerend omdat Resident Evil: Afterlife bij vlagen wel degelijk raak schiet met lugubere beelden.

Naarmate deze filmserie vordert heb ik zo het vermoeden dat Anderson het bronmateriaal beschouwt als stijloefening in abstracte beklemming. Dat is hoe hij de film heeft gemaakt. Vertraagde knokpartijen in het water, de druppels die als kristalletjes neerkomen, de imposante Axeman, zwaaiend met zijn bijl en duellerend met Ali Larter en Jovovich.

Ik heb geen idee wie of wat dit monster moet voorstellen (“geleend” van Silent Hill misschien?…) en wat de scène überhaupt toevoegt, dat is ook niet van belang. Er moet naar gekeken worden als attractie, bedoeld om de griezelsfeer te verhogen en achteraf het publiek te droomstalken. De schaars geklede dames zijn bonus, een aangename bijkomstigheid voor de tienerjongens.

De benadering van Anderson kan uitstekend werken met videoclips, maar niet een actietrip van ruim anderhalf uur. Dan verlang ik naar meer dan de remix van The Outsider of Jovovich en Larter in strak vechterspak.

Mijn Letterboxd-oordeel: 2.5/5

Resident Evil: Afterlife op IMDb.

Mobiele versie afsluiten