Site icoon ikruikversemosterd

The Hobbit (1+2+3)

Op het allerlaatste moment moest Peter Jackson de loodzware regietaak van The Hobbit op zich nemen. Jackson had al ervaring met Tolkiens fantastische wereld dankzij The Lord of the Rings, nu werd hij tegen zijn zin in in de regiestoel geduwd en mocht hij zich redden met onafgemaakte scripts en storyboards. Zonder enige voorbereiding stond hij dagelijks op de set om de trilogie bij elkaar te filmen.

Want ja, The Hobbit moest een trilogie worden. An Unexpected Journey (nog best aardig, drie sterren), The Desolation of Smaug (iets met elven, twee sterren) en The Battle of the Five Armies (een zogenaamd diep emotioneel eindgevecht, twee sterren). Drie op zichzelf staande delen die ook aansluiting moesten zoeken bij de trilogie waarmee Jackson in 2001 doorbrak.

Het is een zooitje. Een vermoeiende en onsamenhangende herhaling van The Lord of the Rings, gekenmerkt door een stroperig verteltempo en personages die erbij zijn verzonnen. Jackson blijft wanhopig zoeken naar de juiste toon. Luchtig? Episch? Dramatisch? Groots? Klein?

Gelukkig zijn er goeie acteurs. Martin Freeman kruipt in de huid van Bilbo Baggins, Ian McKellen is terug als Gandalf, Benedict Cumberbatch geeft draak Smaug een stem en dan is er nog Andy Serkis in wederom de rol van de meelijkwekkende en afstotelijke Gollem. En als Serkis er toch was mocht hij meteen Jackson helpen als assistent-regisseur.

Waarom het boek van Tolkien überhaupt drie filmdelen moest krijgen is een groot raadsel. Ik denk niet dat Jackson zich daar veel mee bezig heeft gehouden. De klus moest worden geklaard. Niet zeuren en dóórgaan. Het einde moest worden gehaald. Dat is gelukt. Daar is ook alles mee gezegd.

Ik heb de trilogie in een marathon uitgekeken en de delen ook afzonderlijk beoordeeld. Geen denken aan dat ik de delen ook apart bespreek. In dat geval zou ik mijzelf drie keer herhalen met dezelfde conclusie: matig. Heel erg matig.

Mobiele versie afsluiten