Als Stop Making Sense, de knetterenergieke concertregistratie van Talking Heads uit 1984, begint met David Byrne die het lege podium opstapt, is het vanaf dat moment onmogelijk om niet naar hem te kijken. Hij is de enthousiaste bandleider, zingend met een hoge, nerveuze stem. En dan heb je nog die merkwaardige danspasjes, de veel te grote jas en de wijdopen ogen.
Toch staat hij er niet in zijn eentje en is Stop Making Sense echt niet puur zijn show. Je hebt nog bandleden Chris Frantz, Jerry Harrison en Tina Weymouth, stuk voor stuk fantastische muzikanten die de uit zijn voegen barstende ritmesectie bij elkaar moeten houden. Bernie Worrell, Steven Scales en Alex Weir zijn uitgenodigd voor aanvullende geluiden en percussie. De zang wordt bovendien prachtig ondersteund door Ednah Holt en Lynn Mabry.
Dit is een groep die iets magisch creërt. Het publiek staat zo uitbundig te dansen op Once in a Lifetime omdat de bandleden met zijn allen het nummer uitspinnen tot een extatische en van zweet doordrenkte climax. Ook als de show eindigt en Byrne de muzikanten voorstelt, wordt nog steeds de indruk van een hechte muziekfamilie gewekt.
Waarom heb ik dan toch het gevoel dat Talking Heads hier eigenlijk al geen groep meer was. Dat het niet meer ging om gezamenlijk muziekmaken, maar het ten uitvoer brengen van Byrnes visie.
Zoals Harrison het verwoordde waren hij, Weymouth en Frantz een soort begeleidingsband voor Byrne geworden. Als ik de beelden zie, begrijp ik helemaal wat hij bedoelt. De implosie wordt nergens geëxpliceerd. Maar de drie bandleden lijken vooral samen te werken met Worrell, Scales, Weir, Holt en Mabry. En Byrne is meer bezig met zijn eigen presentatie dan met zijn directe collega’s.
Stop Making Sense is niet alleen de registratie van een band op zijn creatieve hoogtepunt. Jonathan Demme toont ons ook een band die het slotakkoord nadert. Talking Heads zou het nog zeven jaar volhouden. Daarna was het klaar. En kon Byrne écht zijn eigen shows maken.

