Vijfentwintig jaar geleden moet iemand hebben gedacht: “Als Eddie Murphy wegkomt met een fatsuit, waarom dan niet Martin Lawrence verkleden als forse donkere vrouw! Big Momma’s House. Onpretentieus en laagdrempelig familieplezier met een simpele en goed klinkende titel waar generaties lang nog over gesproken wordt.
Om de nieuwsgierigheid te prikkelen is het leuk om verrassende namen te casten. Acteurs die je niet zo snel in dit soort luchtige komedies verwacht. Twee perfecte kanidaten: Paul Giamatti en Terrence Howard.
De fans willen hun komische held uiteraard ook zien zonder al die lagen make-up dus Lawrence moet af en toe dat dikmaakpak uittrekken. Voor het romantische vet op de botten (hoort er ook bij) moet hij verliefd worden op de zogenaamde jonkvrouw in nood. Een kind is nodig om de aandoenlijkheid op te krikken. Ook dat is deel van de formule.
Het zal wat kosten (Lawrence heeft een fors prijskaartje), Big Momma’s House zal de investering van ongeveer dertig miljoen dollar geheid terugverdienen. En met een goede publieksscore is een vervolg niet uitgesloten. Ik voorspel een klassieke trilogie waar The Godfather van opkijkt. Een potentiële goudmijn waar Star Wars bij verbleekt. Kan niet anders.
Bijzonder dat niemand anders dit al heeft bedacht.”
En zo geschiedde. Behalve dan de vergelijking met The Godfather en Star Wars.
Mijn Letterboxd-oordeel: 1.0
Big Momma’s House op IMDb.

